Samenwerken aan een toekomstbestendige veiligheidsregio

4 december 2019 – Met het plaatsen van handtekeningen onder een samenwerkingsovereenkomst, hebben de Veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland en de beide GGD’en van deze regio’s vanmiddag hun samenwerking een officiële status gegeven. De GGD’en nemen deel voor wat betreft GHOR-taken.

In de veiligheidsregio’s werken de geneeskundige hulpverleningsorganisaties (GHOR), de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) Flevoland en Gooi en Vechtstreek, Bevolkingszorg Flevoland en Gooi en Vechtstreek en de brandweerkorpsen Flevoland en Gooi en Vechtstreek samen om in tijden van calamiteiten en crisissituaties de bevolking zo goed mogelijk te beschermen.

Door intensief samen te werken willen de beide veiligheidsregio’s de kwaliteit verhogen en de organisatorische en financiële kwetsbaarheid verkleinen. Zo kunnen kennis en ervaringen worden uitgewisseld over de regionale grenzen heen. De samenwerking draagt ook bij aan het beheersbaar houden van kosten. Met de ondertekening van de overeenkomst is de samenwerking tussen de beide veiligheidsregio’s officieel bekrachtigd.

“Met de samenwerking zijn we in staat om alle taken goed uit te voeren die in deze tijd worden gevraagd en verwacht. Daarmee gaan we de kwetsbaarheid tegen,” licht voorzitter Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Pieter Broertjes toe. “Het vastleggen van een hechte vorm van samenwerking is niet alleen een bestuurlijke wens, maar ook een logisch gevolg van de dagelijkse praktijk op de werkvloeren.”

Franc Weerwind, voorzitter Veiligheidsregio Flevoland: “Deze overeenkomst stelt alle betrokken organisaties in staat om efficiënter te werken zonder de nabijheid van de inwoners te verliezen. Het maakt ook mogelijk om slim samen te werken op zaken als inkoop en ICT. De kwaliteit van de dienstverlening gaat omhoog: meer mensen kunnen doorgroeien, van elkaar leren en taken van elkaar overnemen.”

De voorzitters van de Veiligheidsdirectie van beide veiligheidsregio’s, John van der Zwan (Gooi en Vechtstreek) en Cees Verdam (Flevoland), zien nu al de voordelen van reeds bestaande praktische samenwerkingsvormen. Van het sneller uitwisselen van kennis en informatie tot nieuwe samenwerkingsvormen. Ondersteunende diensten zitten dichter bij elkaar en kunnen elkaar versterken. De lijnen onderling worden korter. Een voorbeeld van samenwerking is dat brandweer Gooi en Vechtstreek vanaf vandaag officieel ingezet gaat worden voor reanimaties, net als de brandweer dat in Flevoland al doet.

Informatie over de samenwerking tussen de veiligheidsregio’s staat vanaf 4 december online op een website voor inwoners, politici, media en medewerkers uit beide verzorgingsgebieden: https://samen.vrfgv.nl.

Veiligheidsregio’s zoeken interregionale samenwerking met programma Drieslag

Veiligheidsregio’s Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht gaan intensiever samenwerken om de crisisorganisatie te verbeteren op drie onderwerpen.

Het betreft de realisatie van een Kenniscentrum Vakbekwaamheid Midden-Nederland, de realisatie van een Veiligheidsbureau Midden-Nederland en de harmonisatie van de werkprocessen van de veiligheidsregio’s voor de meldkamer Midden-Nederland. Deze onderdelen zijn samengebracht in het programma genaamd ‘Drieslag’.

Doelstellingen
De afgelopen periode is de opdracht voor het programma vastgesteld in de algemeen besturen van de drie veiligheidsregio’s. De doelstellingen van het programma Drieslag zijn:
• Het versterken van continuïteit van dienstverlening en taakuitvoering;
• Het borgen en versterken van de kwaliteit van de te leveren producten en diensten;
• Beheersbaarheid van kosten voor een interregionale crisisorganisatie en vakbekwaamheid.

Onderdelen Drieslag
Veiligheidsbureau Midden-Nederland
Het onderdeel Veiligheidsbureau Midden-Nederland betreft de realisatie van interregionale crisisbeheersing. Professionalisering van de crisisbeheersingsorganisatie is noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan de wettelijke eisen. Dit doen wij door gezamenlijk toe te werken naar één geïntegreerde, interregionale crisisorganisatie op de schaal van Midden-Nederland die optreedt zodra er een crisis of ramp plaatsvindt. De Veiligheidsregio Utrecht heeft de regie en is verantwoordelijk voor het instellen en in stand houden van het veiligheidsbureau Midden-Nederland, waarvan de hoofdvestigingsplaats in Utrecht gesitueerd is.

Kenniscentrum Vakbekwaamheid Midden-Nederland
Het onderdeel Kenniscentrum Vakbekwaamheid is gericht op het realiseren van een opleidings-, trainings- en oefenfaciliteit in Veiligheidsregio Flevoland. Alle elementen van vakbekwaam blijven (oefenen) en vakbekwaam worden (opleiden) worden hierin meegenomen. Indien gewenst maakt het multidisciplinair oefenen van de warme crisisorganisatie hier onderdeel van uit. De regierol is belegd bij de Veiligheidsregio Flevoland.

Meldkamer Midden-Nederland
De vestigingsplaats voor de Meldkamer Midden-Nederland is de Groest in Hilversum. De totstandkoming van de samengevoegde meldkamer maakt geen deel uit van de scope van het programma. Het samenvoegingsproces wordt reeds op landelijk niveau begeleid door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) met een geplande oplevering in het eerste kwartaal van 2022. Wel wordt de harmonisering van de werkprocessen van de drie veiligheidsregio’s onder de scope van het programma geplaatst. De reden hiervoor is het bestuurlijke belang om zicht te houden op de voortgang van dit traject en de nadrukkelijke wens tot eenduidigheid.

Organisatie Drieslag
Het programma wordt ingericht met een programmadirecteur en een bestuurlijke en ambtelijke stuurgroep. De komende tijd wordt een programmaplan opgesteld waarin de verschillende onderdelen verder worden uitgewerkt. Het programma kent een doorlooptijd van drie jaar.
De heer Rob Frek wordt per 1 april 2019 programmadirecteur Drieslag. Hij is op dit moment directeur Crisisbeheersing & GHOR en plaatsvervangend algemeen directeur van de Veiligheidsregio Utrecht. Om de functie onafhankelijk te kunnen bekleden neemt hij afstand van deze positie voor de duur van het programma.

Brand onderstation ProRail in Hilversum geëvalueerd

Op zaterdag 14 juli 2018 ontstond er een brand in een onderstation van ProRail in Hilversum. Tijdens de bluswerkzaamheden bleek dat de spanning niet was afgeschakeld, waardoor het brandweerpersoneel een risico op elektrocutie liep. Vanwege de (verwachte) rookontwikkeling is er opgeschaald naar zeer grote brand en GRIP 2. Omwonenden werden met NL-Alert berichten gewaarschuwd voor de rook. 
Het optreden van de crisisorganisatie is geëvalueerd.

Het doel van deze evaluatie is om te leren van dit optreden: wat ging goed en wat moet volgende keer beter?
De evaluatie geeft antwoord op de volgende vragen:

• Hoe verliep de samenwerking en informatiedeling tussen de brandweer, ProRail en Liander met het oog op de veiligheid van het brandweerpersoneel?
• Hoe heeft de crisisorganisatie op hoofdlijnen gepresteerd (operationele prestaties)?
• Is NL-Alert op de juiste wijze ingezet?

De belangrijkste conclusie is dat het bijna-ongeval met het brandweerpersoneel werd veroorzaakt door technische falen van een installatie van ProRail. Hierdoor verkeerde ProRail en de brandweer in de – onjuiste – veronderstelling dat de spanning was afgeschakeld. De samenwerking en informatiedeling tussen de brandweer, ProRail en Liander verliep goed.

De operationele prestaties van de crisisorganisatie waren voldoende. De alarmering en tijdige opkomst van crisisfunctionarissen verdienen echter nadere aandacht. De afwezigheid van een calamiteitencoördinator op de meldkamer heeft de afhandeling van het incident bemoeilijkt. Zo ontbrak eenhoofdige aansturing op de meldkamer en verliep de informatie-uitwisseling tussen meldkamer en de crisisorganisatie moeizaam.

De crisisorganisatie heeft voor de eerste keer NL-Alert ingezet om de omwonenden te informeren. De inzet van NL-Alert was legitiem en op tijd. Omdat op enkele onderdelen de werkinstructie niet is gevolgd en het verzendgebied onnodig groot bleek, wordt de crisisorganisatie in 2019 opnieuw getraind in het gebruik van NL-Alert.

Het evaluatierapport vindt u hier.

Commandant Brandweer Gooi en Vechtstreek John van der Zwan ook nieuwe commandant Brandweer Flevoland

Het bestuur van de Veiligheidsregio Flevoland benoemt John van der Zwan per 1 november 2018 voor in ieder geval twee jaar als commandant Brandweer Flevoland. Hij combineert deze functie met zijn huidige werk als commandant Brandweer Gooi en Vechtstreek. Cees Verdam start vanaf dezelfde datum en voor dezelfde periode als voorzitter van de Veiligheidsdirectie en secretaris van het bestuur Veiligheidsregio Flevoland. Hij doet dit naast zijn functie als directeur Publieke Gezondheid Flevoland.
Zie voor meer informatie bijgevoegd persbericht.

Gezamenlijk persbericht Benoemingen Veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland

Uitkomsten onderzoek storing meldkamer brandweer

Op vrijdag 13 april 2018 is Brandweer Gooi en Vechtstreek uitgerukt voor een brand in een woning in Weesp. Ter plaatse bleek dat er een explosie had plaatsgevonden en dat er één persoon was overleden.

Tijdens de eerste alarmering trad er een storing op in het alarmeringssysteem van de meldkamer in Naarden. Daardoor werd alleen een TS-2 gealarmeerd en niet de overige eenheden van Post Weesp. Hierop werden, conform procedure, de eenheden van naburige brandweerposten uit Diemen en Driemond (Amsterdam Amstelland) gealarmeerd.

De commandant van Brandweer Gooi en Vechtstreek heeft een onderzoek ingesteld naar het incident en naar de storing op de meldkamer. Dit onderzoek is afgerond en voor de zomer aangeboden aan de Inspectie Veiligheid en Justitie. Uit het onderzoek blijkt het volgende:

  • De bemanning van het eerst aankomende voertuig (TS-2) heeft de inzet veilig, effectief en efficiënt kunnen uitvoeren.
  • De samenwerking met het tweede voertuig (uit Diemen/Driemond) is goed verlopen, onder meer omdat de bevelvoerder van het wteede voertuig bekend was met de variabele voertuigbezetting van Brandweer Gooi en Vechtstreek. Aanbeveling is om aanpalende regio’s hierover meer te informeren.
  • Het blijft onduidelijk waardoor de storing in het alarmeringssysteem van de meldkamer precies is ontstaan. Desondanks is het goed om dit soort storingen altijd te onderzoeken om te trachten de oorzaak te achterhalen.
  • Uit het onderzoek blijkt overigens ook, dat de centralist het incident heeft afgehandeld naar wat op dat moment in zijn vermogen lag.
  • De vrijwilligers en de postcommandant waren uiteraard niet blij met de ontstane situatie en hebben contact gezocht met de meldkamer. Hoe begrijpelijk ook, dit leverde extra druk op in de meldkamer. Aanbeveling is dan ook om de vrijwilligers en de bevelvoerders meer inzicht te geven in het werk van de centralist (bewustwording en onderling begrip stimuleren).

De Inspectie van Veiligheid & Justitie heeft het onderzoek op juistheid en betrouwbaarheid gevalideerd en haar bevindingen gepubliceerd op haar website. Als aanvullende notie geeft de Inspectie aan dat de veiligheid op één aspect beter geborgd had moet worden: de TS2-bemanning heeft namelijk tijdens het incident op enig moment niet volledig het TS2-protocol gevolgd, waar dit wel had gemoeten. Brandweer Gooi en Vechtstreek heeft continu aandacht voor het verbeteren van de veiligheid en de protocollen die deze veiligheid moeten waarborgen. Het spreekt vanzelf dat wij de aanbeveling van de Inspectie opvolgen en het betreffende protocol nogmaals onder de aandacht van de TS2-bemanning gaan brengen en oefenen.

De brief met bevindingen van de Inspectie van Veiligheid & Justitie treft u aan op haar website:
https://www.inspectie-jenv.nl/Publicaties/brieven/2018/09/14/validatie-incidentenonderzoek-weesp-13-april-2018

Het onderzoeksverslag vindt u terug op onze website:
Onderzoeksrapport-weesp_3.0.pdf

 

 

 

Landelijk onderzoek: brandweerzorg Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek in orde

De brandweerzorg in regio Gooi en Vechtstreek is goed in orde. Een gisteren gepubliceerd onderzoek naar de kwaliteit van brandweerzorg in de 25 veiligheidsregio’s in Nederland stelt met name verbeteringen voor op het gebied van verslaglegging.

Het ‘Onderzoek naar de inrichting van de repressieve brandweerzorg in elke veiligheidsregio’ is in de jaren 2016 en 2017 uitgevoerd door de inspectiedienst van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (inmiddels Justitie en Veiligheid). De onderzoekers constateerden dat het ‘dekkingsplan’, dat aangeeft of Brandweer Gooi en Vechtstreek in staat is om effectief en tijdig te reageren op calamiteiten, in orde is. Ook het ‘brandrisicoprofiel’, dat risicovolle plaatsen in de regio in kaart brengt, voldoet aan de eisen. Wel adviseren de onderzoekers het bestuur van de veiligheidsregio om regelmatiger ‘updates’ te verzorgen.

De onderzoekers hebben drie criteria rond de uitruk – in jargon: ‘repressieve brandweerzorg’ – extra onder de loep genomen: de opkomsttijden, de samenstelling van de uitrukkende eenheden en de beschikbaarheid van het brandweerpersoneel.

Opkomsttijden
De onderzoekers hebben in het hele land de tijdspanne gemeten tussen een melding en het op de plaats van de melding arriveren van het tweede brandweervoertuig – in jargon: een TS6 ofwel ‘basisbrandweereenheid’. Ze constateren dat die in Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek onder de norm is die landelijk is vastgesteld in het ‘besluit Veiligheidsregio’s’. Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek heeft er echter eerder voor gekozen om voor het vaststellen van die opkomsttijd het eerst arriverende voertuig van de basiseenheid als ijkpunt te nemen. Hiermee wijkt  Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek af van de landelijke lijn. Dat is overigens bij meerdere regio’s het geval.

De inspecteurs stelden echter tegelijkertijd vast dat in deze regio het eerst arriverende voertuig – in jargon: een TS-2 of TS-Flex – in staat is om relatief zwaarwegende taken zorgvuldig, vakbekwaam en veilig uit te voeren. Dit is het resultaat van de in deze regio gehanteerde opzet van ‘Variabele Voertuigbezetting’. Het rendement van deze opzet uit zich in een snellere hulpverlening aan de burger en geeft uitvoering aan de missie van de brandweer: minder incidenten, minder slachtoffers, minder schade. Dat rendement ligt in lijn met de landelijk onder de noemer ‘Uitruk Op Maat’ gehanteerde norm. Brandweer Gooi en Vechtstreek sluit zich dan ook aan bij de oproep van Brandweer Nederland om scherpere en realistischere opkomsttijden vast te leggen.

Het bestuur van de veiligheidsregio kan volgens de onderzoekers wel beter worden geïnformeerd over dat rendement. Brandweer Gooi en Vechtstreek is anticiperend hierop gestart met het periodiek monitoren van de prestaties. De aanbevelingen van de inspectie worden bij de doorontwikkeling van de repressieve organisatie verwerkt in het dekkingsplan. Dat wordt dit jaar opgesteld.

Samenstelling eenheden
Op de TS-2 moet vaker dan nu het geval is een bevelvoerder zitten om de effectiviteit van de inzet verder te vergroten, stellen de onderzoekers. Aan de opleiding van personeel tot bevelvoerder wordt al vanaf 2015 gewerkt; inmiddels zijn er al veel mensen opgeleid. Ook dit is meegenomen bij de doorontwikkeling van de repressieve organisatie.

Beschikbaarheid van het brandweerpersoneel
De brandweer beschikt over een ‘beschikbaarheidssysteem’ dat gekoppeld is aan de centrale meldkamer. Bij eventuele onderbezetting van een eenheid kan zo meteen een naburige post worden ingeschakeld. Postcommandanten hebben nu reeds groot inzicht in de inzet van personeel op hun post. De veiligheid voor burgers en objecten loopt daarmee geen gevaar.

Commandant John van der Zwan is blij met het regiobeeld: “Het rapport toont aan dat de innovaties die het korps een aantal jaren geleden is begonnen, resultaat beginnen op te leveren. Het meetmoment van de Inspectie is al enige tijd geleden en we hebben natuurlijk sindsdien niet stilgezeten. We hebben ons uitruksysteem verder ontwikkeld, samen met onze medewerkers , maar vooral ook onze vrijwilligers. We zijn er nog niet, maar we zetten zeker stappen. We streven naar een meer dynamische en flexibelere repressieve brandweerorganisatie. De veiligheid van de inwoners en het brandweerpersoneel staan ook in de opzet van Variabele Voertuigbezetting voorop. De aanbevelingen die de Inspectie doet, zoals het vastleggen van veranderingen in brandrisico’s, zijn aanknopingspunten om onze brandweerzorg nog verder te versterken. Daarnaast zetten wij ook in op preventie om branden sneller te ontdekken en alarmering te versnellen. Dat doen we vanuit het (landelijke) programma Brandveilig Leven.”

Dagelijks bestuurslid Joan de Zwart-Bloch, burgemeester van Blaricum en portefeuillehouder brandweer binnen Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, is tevreden met de resultaten. “De constatering van de Inspectie dat het huidige uitruksysteem veilig en adequaat is, wordt meegenomen in de doorontwikkeling van de repressieve brandweerzorg. Die is niet bedoeld om een volledig nieuw systeem te ontwikkelen, maar vooral om de winstpunten uit het huidige systeem als input te gebruiken. Zo kunnen we de landelijke beleidslijn, Uitruk Op Maat, goed implementeren. Bij die doorontwikkeling wordt nadrukkelijk ook de input van vrijwilligers en de medewerkers meegenomen.”

Voorzitter van de veiligheidsregio Pieter Broertjes is blij dat dit langverwachte rapport er nu is. Ook is hij tevreden met de overwegend positieve uitkomsten van het landelijke onderzoek: “De brandweer heeft in onze regio grote slagen gemaakt met professionalisering en flexibilisering. De veiligheid voor onze inwoners en onze omgeving kan daarbij ook bij calamiteiten op de best mogelijke manier worden beschermd.”

Aanleiding inspectieonderzoek
De repressieve brandweerzorg staat regelmatig in de aandacht, onder andere door vragen van Kamerleden en gemeenteraadsleden en door berichten in de media over onregelmatigheden bij de bestrijding van branden. Naar aanleiding van signalen van zorg en kritiek over de brandweerzorg heeft de Inspectie Veiligheid en Justitie bij alle 25 veiligheidsregio’s onderzocht in welke mate de inrichting van de repressieve brandweerzorg voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.

Het volledige rapport ‘Inrichting repressieve brandweerzorg’ is in te zien op de website van de Inspectie J en V.

Waternet en Veiligheidsregio delen informatie bij incidenten met LCMS

Om snel en gemakkelijk informatie te kunnen delen bij incidenten, hebben de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Waternet afgesproken dat zij informatie voortaan delen via het landelijk informatiesysteem bij crises, LCMS. Hiermee hebben beide organisaties steeds een actueel en betrouwbaar beeld van het incident en zijn zij beter in staat om op tijd de juiste besluiten te nemen over de bestrijding daarvan.

Waternet en veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek werken samen aan de veiligheid van de inwoners in deze regio. Bij watergerelateerde incidenten zoals (dreigende) overstromingen of extreme neerslag of droogte, is het belangrijk dat Waternet en de veiligheidsregio hun optreden goed op elkaar afstemmen.

Informatie delen bij incidenten
LCMS staat voor Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). Het is een afgeschermde website om een actueel en gedeeld beeld te onderhouden ter ondersteuning van het netcentrisch werken. Netcentrisch werken is een manier van werken, waarbij alle betrokken teams en organisaties zo snel mogelijk informatie met elkaar delen. LCMS is bij alle 25 veiligheidsregio’s, het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) in gebruik. Ook diverse GHOR-regio’s en waterschappen gebruiken LCMS om in geval van grootschalig optreden hun informatiemanagementproces te ondersteunen.

Jaap Kelderman namens Waternet en John van der Zwan namens Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek tekenden donderdag 30 november de uitbreiding van het convenant .

Convenant
De afspraken vloeien voort uit het convenant over de samenwerking in de crisisbeheersing dat Waternet en VRGV in 2015 hebben gesloten. De afspraken passen binnen het landelijke kader dat de veiligheidsregio’s en het veiligheidsinstituur IFV hebben gesteld voor de netcentrische samenwerking met crisispartners.

Jaarstukken 2016 en programmabegroting 2018 Veiligheidsregio

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek heeft de jaarstukken 2016 en de programmabegroting 2018 vastgesteld. In het jaarverslag en de jaarrekening legt de Veiligheidsregio verantwoording af voor het jaar 2016. In de programmabegroting 2018 blikt de veiligheidsregio een jaar vooruit.

Jaarstukken 2016 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

Programmabegroting 2018 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

Vogelgriep

In een aantal Europese landen (en inmiddels ook in Nederland) is bij wilde vogels vogelgriep van het type H5N8 aangetroffen. Dit is een zeer besmettelijke variant van vogelgriep. Daarom heeft staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken een ophok- en afschermplicht ingesteld voor alle bedrijven die vogels houden die bestemd zijn voor de productie van vlees en eieren. Ook in België, Luxemburg en in delen van Duitsland is een ophokplicht ingesteld. De maatregel is bedoeld om te voorkomen dat pluimveebedrijven in Nederland besmet raken.

Wat is vogelgriep?
Vogelgriep is een verzamelnaam voor verschillende griepvirussen die gevaarlijk zijn voor pluimvee en wilde (water)vogels. Denk bijvoorbeeld aan kippen, kalkoenen en eenden. Vogelgriep komt over de hele wereld voor.

Niet besmettelijk voor mensen
Infecties bij mensen zijn met de variant H5N8 nog nooit vastgesteld. Er zijn derhalve geen aanwijzingen dat mensen met het H5N8-vogelgriepvirus besmet kunnen raken, maar het kan nooit geheel worden uitgesloten.
De variant H5N8 is echter wel bewezen zeer besmettelijk en ziekmakend voor wilde vogels en pluimvee. Het virus wordt verspreid door wilde (water)vogels.

Ophok- en afschermplicht
Daarom geldt op dit moment voor heel Nederland een ophok- en afschermplicht. Dit geldt voor alle bedrijven die vogels houden die bestemd zijn voor de productie van vlees, eieren of andere producten en voor het uitzetten in het wild. Daar is sinds maandag 14 november 2016 een ‘aangescherpte bezoekersregeling voor pluimveebedrijven’ aan toegevoegd. Dit betekent dat buitenstaanders geen stallen mogen bezoeken. Alleen voor bijvoorbeeld een dierenarts geldt een uitzondering. Ook is een verbod ingesteld op het tentoonstellen van sierpluimvee en watervogels, het jagen op watervogels en jagen waarbij watervogels verstoord worden.

Hobby-vogels, kinderboerderijen en dierentuinen
Er geldt geen ophokplicht voor hobby-vogels. Wel moeten eigenaren van hobby-vogels zoveel mogelijk voorkomen dat hun dieren in contact komen met wilde watervogels of met vogelpoep. Dit kan bijvoorbeeld door de dieren onder te brengen in een ren of volière. Dit geldt ook voor dierentuinen en kinderboerderijen.

Wat moet u doen als u een dode vogel vindt?
Mensen wordt geadviseerd dode wilde vogels niet aan te raken. Als u drie of meer dode wilde eenden, zwanen of ganzen of meer dan twintig andere vogels op één plek aantreft, kunt u dat melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) via het meldpunt dierziekten: 045-5463188. Bel voor overige vragen met het Klantcontactcentrum NVWA: 0900-0388.

Meer informatie
Rijksoverheid – maatregelen tegen vogelgriep
Rijksoverheid – vragen en antwoorden over vogelgriep
RIVM – veelgestelde vragen over vogelgriep

Geen nieuw oefencentrum op Crailo

Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek ziet af van de voorgenomen aankoop van een gedeelte van Crailo voor een permanent regionaal oefencentrum voor hulpverleningsdiensten. De veiligheidsregio en de provincie Noord-Holland gaan kijken onder welke voorwaarden het huidige tijdelijke oefencentrum voorlopig op haar huidige locatie kan blijven.

Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wilde grond kopen van de provincie Noord-Holland in het zuidoosten van het voormalig militair oefenterrein Crailo, om daar een permanent oefencentrum te vestigen voor hulpverleningsdiensten. De veiligheidsregio en de provincie Noord-Holland hebben daarover eind 2014 afspraken gemaakt en een intentieovereenkomst ondertekend.

Deelname Veiligheidsregio Utrecht een vereiste
Voor Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek was deelname van de Veiligheidsregio Utrecht noodzakelijk om het realiseren van een nieuw oefencentrum financieel mogelijk te maken. De onderhandelingen hierover tussen de veiligheidsregio’s hebben de afgelopen periode plaatsgevonden. Hierbij zijn aanvullende voorwaarden gesteld die niet konden worden ingewilligd. Hierdoor ziet Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zich nu genoodzaakt om af te zien van de aankoop van de grond en daarmee van de realisatie van een nieuw oefencentrum. De provincie Noord-Holland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek betreuren het dat hiermee een einde komt aan het traject dat zij gezamenlijk zijn aangegaan.

Huidig oefencentrum
Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek huurt sinds een aantal jaren een centraal gelegen locatie ten Noordwesten van de laan ‘Gebed zonder End’ van de provincie Noord-Holland als tijdelijk oefencentrum. Op en rond deze locatie staat op termijn woningbouw gepland. Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en de provincie Noord-Holland gaan kijken onder welke voorwaarden het tijdelijke oefencentrum voorlopig op haar huidige locatie kan blijven. De huurtermijn hiervoor is mede afhankelijk van de planning en de realisatie van nieuwe ontwikkelingen op Crailo. De komende periode zullen hierover gesprekken worden gevoerd. Na de zomer komt de veiligheidsregio met een nieuw plan.